GENEALOGIE van Johan van BESTEN geheten de PAPE

 

I. Johan van BESTEN geheten de PAPE, tr. Stijne ten TOERNE, dr van Hinrick van den THOERNE.

In 1430 is o.m. Johan van Besten, geheten de Pape, als leenman getuige bij een belening door Johan van Vorst, heer te Keppel en Asperen, met tienden in de heerlijkheid Borculo in de kerspelen Gronlo, Ghesteren en Nede 1. In 1434 worden die pape van Besten en Johan van Besten Stichtse leenmannen genoemd 2.

In 1440 verkopen Johan van Besten geheten die Pape, Styne zijn vrouw, Johan en Henrick hun zoons, en Gherlich van Wullen Hermens sone en Eijlhart zijn vrouw, aan Johan Voet Johanssoen de beschapene grove en smalle tienden, strogeld, roggerente en geldrente uit de volgende erven en goederen in het kerspel Ulsen, buurschap Wilsem: to Roele, Assinck, Clawesinck, Suterinck, Wulbedinck, Lewinck, Vrylinck, Tyginck, Byskinck, Mardynk, Hubertinck, Herwerdinck, Eylerdinck, Delvekinck, Brummerinck, Conradinck (voor alle gespecificeerd), en voorts de Tornynck Herberge in het kerspel Benthem met gaarde en hofstede, voorheen door wijlen Arnd van Schonevelde gebruikt, alles onbezwaard behalve waarmee de zaken meer dan 30 jaar geleden bezwaard waren, gezegeld door Johan van Besten, Johan en Henrick hun zoons, ook voor hun broers en zusters, en door Gherlich van Wullen mede voor Eylhart zijn vrouw, naar een gelijktijdige kopie gewaarmerkt door notaris Arnoldus ten Hove 3.

In 1441 verkoopt Johan van Besten geheten de Pape aan het convent Zibekelo zijn aandeel van een stuk heetveld in de buurschap Itterbeke onder het kerspel Ulsen 4. In 1447 verkopen Johan van Besten geheten de Pape, Styne zijn vrouw, en Johan, Hynrick, Rotgher, Aleph, Bitter, Wessel, Gherlich, Eijlart, Grete hun kinderen, aan de prior en het convent te Zibekeloe de tienden grof en smal over Elverkinck te Manre in het kerspel en gericht Oetmersum, met zegeling door Johan van Besten en zijn zoon Johan, en door Wessel Peperlaken richter te Ootmarsum, met keurnoten Johan van Covorde en Enghelbert de Schomaker, burgers van Ootmarsum, en hun erve en goed Schurink in de buurschap Ytterbeke, kerspel Ulsen, met het land en de lieden die daarop zitten, met zegeling door Johan van Besten en zijn zoon Johan, en Anthonius van Greve, richter te Ulsen, met als keurnoten Hermen de Smede en Ghert Gheleworst, burgers te Nyenhues 5.

In 1461 bekennen Geert van Keppel, ridder, en Hille zijn vrouw, dat de van Beestens en Eilard ten Torn, eerder vrouw van wijlen Gheerlich van Wullen en nu van Johan van Coevorden, hun thans weer afgekocht hebben de beschapene en smalle tienden over een deel erven te Wilsem, in het kerpsel Ulzen, die wijlen hun vader en schoonvader Johan Voet eertijds met een aan aantal andere goederen van hen gekocht had, waarbij zij nu de koopbrief onder zich houden vanwege deze nu niet teruggekochte goederen, en vindt voor de richter van Ulzen overdracht plaats door Johan van Besten anders geheten Pape, Henrik, Rutger, Wessel en Geerlig zijn kinderen, voorts Johan van Coeverden en Eijlard zijn vrouw onder momberschap van haar man, en Herman van Wullen Eijlardszoon, op Herman Ghend van al hun beschapene en smalle tienden in de buurschap Wilsem, onder het kerspel Ulzen, uit Herwinck, Suterink, Nijenhuis, Clawesinck, Mardinck, Camphuis in de Noordijk, de Roele, de hof te Bijscopinck, Assinck, Wesseler, Conredinck, Tijeijnck, Brungherinck, Lewinck, Oelrekinck, Wulbedinck, Eijlardinck, Camphuis in der Zeedijk, Remberdinck, gelijk wijlen Johan Voet die tienden eertijds gekocht had doch zijn erfgenamen weer aan verkopers hadden overgedaan, met als onderpand hun erven Hoelinck te Wilsem, Busch en Mollerinck te Herdinchuizen, onder het kerspel Ulzen 6.

In 1461 heeft Johan van Besten geheten die Pape, met toestemming van zijn zoons Henric, Wessel en Gerlich, voor zijn ziel en die van zijn zalige huisvrouw Styne, de tienden grof en smal uit het erve en goed te Assinck in de buurschap Loniker in het kerspel en gericht Oldenzael, geschonken aan het Onze Lieve Vrouwegilde te Oldenzael ten behoeve van de armen, waarbij Johan, Henric, Wessel en Gerlich voornoemd beloven dit te handhaven, met recht op terugkoop tegen 60 gouden overlandse Rijnse guldens, en Johan van Besten en zijn zoon Henric zegelen, ook voor de gebroeders Wessel en Gerlich; in 1463 wordt bevestigd dat Johan van Besten geheten de Pape met Johan, Henrick, Rotcher en Wessel, zijn zoons, eertijds de tienden uit Assinck geschonken hebben, terwijl nu Johan van Besten geheten de Pape, Johan, Henrick, Rotcher, Wessel, gebroeders, met Gerd Medevort, verklaren betaald te zijn voor de verkoop van het recht op terugkoop, met zegeling door alle zes betrokkenen 7.

In 1463 verklaart Arnt Butekamp, ambtman van Bentehen en drost te Nienhuus, dat voor zijn onderrichter Bruun van Heederke en keurnoten, Johan van Besten geheten Paep, en Henrick, Rutgher, Wessell, Gherlach, Johans kinderen, aan de prior en het convent van Galilea te Zibekeloe hebben verkocht het erve en goed dat Berchuus in de buurschap Hoekelinchem in het kerspel en gericht Ulzen, met de lieden die het erve en goed telen en bouwen en ook die daarop geboren zijn en nog onverkocht en onverwisseld zijn, met de tienden grof en smal over het erve te Duynck te Godelichem, de tienden grof en smal over het erve ten Cloester te Hylten, de tienden grof en smal over het erve des Jonckeren huus te Hoekelinchem, de tienden grof en smal over het erve des Koldenhuus te Hoekelinchem, die koeterstede die Braeck in de buurschap Herdinghe, tienden en/of strogeld uit Gelekinck te Hilten en uit Wesselinck te Hilten, uit Hubertinck te Hilten, uit Roerkinck te Herdinchusen, uit Moelerinck te Herdinckhusen, uit Masselinck te Herdinckhusen, met zegeling door Arnt Butekamp, en Johan, Henrick, Rutgher, Wessel en Gherlich 8.

In 1474 hebben de gebroeders Rutger, Wessel en Johan van Besten een overeenkomst met de bisschop van Utrecht, David van Bourgondië, gesloten over de lenen die hun vader Johan van Bessaten, geheten de Paep, in voortijden van het Sticht Utrecht te leen gehouden heeft: dat Rutger beleend worde met het grote huis te Gamminclo onder het kerspel Oldenzaal en het erf de Veergard onder het kerspel Enschede, Wessel met de hof te Esch en Toesing onder het kerspel Veldhuizen, en Johan met Wisseking in het kerspel Grolle, waarvoor zij eerst voor heergewaad en ander verzuim 40 gouden rijnse guldens betalen op 29 augustus 1474 9.

Uit dit huwelijk:

1. Johan.

In 1476 wordt door de bisschop van Utrecht beleend Johan van Bessaten, na de dood van zijn vader Johan van Bessaten, anders geheten de Paep, met Wisseking in het kerspel Grolle 10.

2. Henrick, volgt IIa.

3. Rutger, volgt IIb.

4. Alef.

5. Bitter.

6. Wessel, volgt IIc.

7. Eylart.

8. Griete, tr. Gerd MEDEVORT.

 

IIa. Henrick van BESTEN, overl. tussen 12 maart 1499 en 1 sept. 1499, tr. N.N.

In 1463 verklaart de ambtman van Benthem en drost van Nyenhuis dat voor de onderrichter van Ulzen de gebroeders Henrick en Wessell geheten van Besten en juffer Eylert geheten van den Torn, met Johan van Coverden nu tertijd haar man en momber, verkocht hebben aan de prior en het convent van Galilea te Zybekeloe het erve en goed ten Bekedaell bij Stuten erve met een volle waar in de marke, in de buurschap Wilsem en gericht Ulzen 11, 12. In 1465 verkopen de erfgenamen Albert van Steenwijk en Henrik van Beesten voor de onderrichter van Ulzen, met de buurrichter en buren der buurschap Wilsem, mede namens de overige erfgenamen en buren, drie stukken van de marke aan de prior en het convent van Galilea in Sipculo 13. In 1475 werd aangetekend „Albergen: Bernering, clederguet Werslo: mij bet. 3 golden r.g. durch Henrick van Besten" in het schattingsregister van Twente 14.

In 1484 worden Hynrick van Besten en Arndt van Dedem genoemd als leenmannen van Bentheim 15. In 1485 is Henrik van Besten keurnoot voor de richter van Ulzen 16. Op 12 november 1485 verkopen voor de richter van Ulzen de gebroeders Hinrick en Wessel van Besten aan de vicaris van St. Stephanus in Ulzen een jaarrente van 5 schepel winterrogge Zwolse maat uit hun hof te Hilten, in het kerspel Ulzen, buurschap Hilten, op 2 maart 1488 verkopen de gebroeders Hynrick en Wessel van Besten aan de vicaris van St. Stephanus te Ulzen een jaarrente van 7 schepel winterrogge Zwolse maat uit het erve Rydderinck in kerspel en gericht Ulzen, buurschap in der Borch, op 7 februari 1491 verkoopt Hinrick van Besten voor de richter van Ulzen aan de vicaris van St. Stephanus te Ulzen een jaarrente van 6 schepel winterrogge Zwolse maat uit het erve Roerdinck in kerspel en gericht Ulzen, buurschap Herdingen, op 12 maart 1499 verkopen Hinrick en Wessel van Besten aan de vicaris van St. Stephanus en St. Anthonius te Ulzen 3 schepel winterrogge uit de mode te Herdinge 17.

In 1487 heeft Hynrick van Besten voor de richter van Ulzen met recht laten toeslaan al het goed van wijlen Johan van Coverden in het gericht Ulzen, namelijk 2½ schepel winterogge uit het erve en goed Gheelkynck in het kerspel Ulzen in de buurschap Hylten, en verkoopt de eerbare Henrick van Besten voor de richter van Ulzen aan de prior en het convent van Galilea te Zybekeloe de 2½ schepel rogge jaarrente uit het erve en goed Ghelekinck in het kerspel Ulzen, buurschap Hylten 18, 19.

Op 1 september 1499 hebben voor de richter te Ulzen de eerzame heer Henrick van Besten en Mechtelt van Besten zijn zuster, met heer Henrick als haar momber, ingestemd met het testament van hun vader wijlen Henrick van Besten, die aan de prior en het convent van Galilea in Zibekeloe voor hem en de zielen van zijn ouders gegeven had een overlandse gouden rijnse gulden als jaarrente uit het erve en goed Koetherinck in het gericht van Ulzen, buurschap Ytterbeke, ook namens Vincentius van Besten hun broer en Griete van Besten hun zuster die, buitenslands zijnde, niet in het gericht konden komen, welke rente met 20 gelijke guldens afkoopbaar is; Vincentius heeft, thuis gekomen, beloofd als zijn broer, en meegezegeld 20, 21.

Uit dit huwelijk:

1. Henrick.

2. Mechteld.

3. Vincent, volgt IIIa.

4. Griete, volgt IIIb.

 

IIb. Rutger van BESTEN, overl. vóór 29 april 1481, tr. Aleid.

In 1457 wordt Rotger van Besten, na de dood van Johan van Besten, ten behoeve van de Heilige Geest te Oldenzaal beleend met het huis te Gamminclo in het kerspel Oldenzaal, de hof te Esch en Toesijng in het kerspel Velthuyzen, en Wijsseking in het kerspel Grolle 22. In 1476 wordt door de bisschop van Utrecht Rutger van Bessaten, na de dood van zijn vader Johan van Bessaten anders geheten de Paep, beleend met het grote huis te Gamminclo in het kerspel Oldenzaal en het erve Veergard in het kerspel Enschede; op 29 april 1481 wordt uitstel gegeven aan de erfgenamen van Rutger van Besten 23. In 1482 is Rotger van Besten keurnoot voor de ambtman van Twente 24.

In 1560 is er een proces voor de hoge bank van klaring van Hendrik van Munster als gemachtigde van zijn vader Herman van Munster, als erfgenaam van Wessel van Besten, tegen Roelof van Scheren, als erfgenaam van Rotger van Besten, waarin sprake is van: de verkoop door Rotger van Besten en zijn vrouw Aleid aan Wessel van Besten en zijn vrouw Elsabe van het goed de Brammelaer in het kerspel Enschede, een belofte in 1471 door Rotger aan Wessel en zijn vrouw van een schadeloosstelling inzake 5 mud rogge 's jaars uit de Brammelaer, en de verkoop in 1481 door Wessel en zijn vrouw van 5 mud rogge 's jaars uit de Brammelaer 25.

Uit dit huwelijk:

1. Joest.

In 1484 wordt door de bisschop van Utrecht de onmondige Joest van Bessaten, na de dood van zijn vader Rutger van Bessaten, onder hulderschap van Wessel van Bessaten beleend met het grote huis te Gamminclo onder het kerspel Oldenzaal en het erve den Vergardt onder het kerspel Enschede; in 1491 wordt Herman van Keppel hiermee beleend, gelijk Joest van Bessaten uitgegaan is 26.

 

Lees verder