VII -Matteus van Schonevelde genaamd van Graesdorp, geboren circa 1370 ,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                                  

 

 

Vermeld vanaf 1388, ambtman van Diepenheim 1424-1427, ambtman van Twenthe 1428-1430, overleden (kort) na 21 maart 1456, trouwde vóór 1425 met Aleide N., vermeld 1425, 1427, overleden na 10 oktober 1427. Bezat veel eigendommen, vooral in de omgeving van Haaksbergen.

 

Voor het eerst komt hij voor op 27 februari 1388; hij zegelt dan reeds.Ook op 11 september 1396 zegelt hij met zijn vader.Hij zal derhalve niet veel later

dan circa 1370 zijn geboren.Reeds bij het leven van zijn vader – aldus Vom Bruch – werd hij beleent met het goed Oldenhaus genaamd Grasdorp, blijkens leenrevers dd.12 maart 1425, terwijl hij in 1426 beleend werd met de hof Gelsing in het kerspel Veldhausen.

 

Op 12 maart 1435 [1] geeft hij voor Gelsing leenrevers aan graaf  Everwijn.

 

Zijn moeder – die evenals zijn vader – hoogbejaard is geworden - erfde in 1455 (zij moet toen 90 à 95 jaren oud zijn geweest) van haar nicht Agnes van Wisch het Huis Moyland, een Kleefs leen dat zij terstond overgaf aan haar oudste zoon Mattheus die er op 11 september 1445 mee beleend werd , bij erfdelingsverdrag 14 september 1445 gaf hij aan zijn oudste broer Ludolph blijkbaar een rente uit Moyland.

 

Op 24 februari 1373 werden de huwelijkscontracten gemaakt tussen Elisabeth van Amstel en Dirk van Wisch. Op 22 februari 1379 wordt Elisabeth beleend met Moyland tot aan haar dood omstreeks maart 1404. Na de dood van Elisbeths man Dirk van Wisch trad hun dochter op als vrouwe van Moyland.

Na de dood van Agnes van Wisch werd Aleidis van Amstel, de jongste dochter van Willem van Amstel, op 11 september 1445 met Moyland beleend. Op dezelfde dag droeg zij Moyland over aan haar zoon Mattheüs van Schonevelde van Graesdorp, Ludolfs' zoon [2] .

Op 31 december 1424 stellen postulaat Rudolph van Diepholz en de drie Overijsselse steden hem aan tot ambtman van Diepenheim nadat hij 815 oude schilden heeft afbetaald aan zijn voorganger Herman van Keppel [3] .

 

Op 26 januari 1425 verbindt postulaat Rudolph zich Mattheus van Schonevelde geheten Gravestorpe en zijn vrouw Aleide schadeloos te houden voor hun beheer van Diepenheim en hen niet uit hun ambt te ontzetten voor de daarbij geleden schade hen vergoed zal zijn [4] .

 

Mateus van Gravestorppe is één van de edelen die 25 juni 1426 Rudolph’s tegenstander Sweder van Culemborg ontzeggen [5] .

 

10 oktober 1427 (op sente Victoersdach) Henric Scaep verklaart dat hij heeft beloofd Seyger van Heker geheten van Rechter te zullen voldoen van de borgtocht, waarvoor deze is aangesproken en welke deze heeft voldaan, tegenover Matheus van Schonevelt geheten Graefstorp en diens vrouw Aleyt , groot 200 guldens, onder verband van vrijwillige gijzeling binnen Deventer en bij verdere weigering van zijn goederen gelegen in Sallant.  

Bron, Stanny Van Grasdorff, Historisch Centrum Overijssel, 0251.

 

20 oktober 1428 .

Matheus van Schonevelde, genoemd van Gravestorp, ambtman in Twente, oorkondt, dat voor hem en Clawes van Overhage,de oude, en Wolter de Bijter,  keurnooten, Ludeke Wonder, kanunnik te Oldenzale, en Ludeken ten Torne,de oude, aan de raadslieden van den Heiligen Geest hebben gegeven een brief, houdende uitgang van twaalf mud rogge uit den Riikenhave en uit Hamesing, beide gelegen in de buurtschap Voelt, welke brief gezegeld was door heer

Reijnolt van Covorden, ridder, Roleff van Covorden, zijn zoon,en Godeken van Woelde, richter te Oldenzale.

Dusent vierhondert ende achtentwintich op Elven dusent meghede avend.

Bron, Stanny Van Grasdorff, Oude archieven Oldenzaal 1296-1810. Oorspr. in Inv. No. 333. Met zegel van den ambtman.

 

21 februari 1429.

Matheus van Schonevelde, anders genoemd van Gravestorpe, ambtman in Twente, oorkondt, dat voor hem en Clawes van Overhaghen, de oude, en Hinrich van Rede, keurnooten, Hinrich van den Laer, geheeten van Heist, en Jutte, zijn zuster,met Hinrik den Hilgen als voogd, overgedragen hebben aan Bertoldus van Dulre ten behoeve der armen van het Heilige Geest huis het erve den Grooten Sodenberch in de buurschap Berchusen, dat Stichtsch leen is.

Duesent vierhondert negen unde twintich des Mandages in der vastene na den Sondaghe Reminiscere.

Bron, Stanny Van Grasdorff, Oude archieven Oldenzaal 1296-1810.Oorspr. in Inv. No. 317. Met zegels van ambtman, keurnooten en Hinrich van den Laer.

 

 

Op 14 september 1449 belooft de bisschop aan Roelof van Bevervoorde, ambtman en rentmeester van Twenthe, borg voor een schuld van 1700 Rijnse gulden, door de bisschop ten behoeve van het Sticht aangegaan bij Mattheus van Schonevelde genaamd Graesdorp, hem schadeloos te houden en staat bij Roelof de sloten Lage en Blankenborgh en het rentambt van Twenthe ten gebruike af [6] .

 

Op 16 september 1449 komt Mattheus voor als momber van de zuster van de moeder van ridder Reynert van der Roer [7] .

 

Mattheus was gehuwd met Aleide , met wie hij 26 januari 1425 genoemd wordt , alsmede 10 oktober 1427 wanneer sprake is van een borgtocht ten behoeve van hem en zijn vrouw [8] .

 

Als reeds vermeld werd hij 11 september 1445 door Kleef beleend met het Huis Moyland ; in 1449 wordt hij met voorbehoud van een rente ten behoeve van zijn broer Ludolph herbeleend.

 

In 1452 ontmoeten we de bastaard Diderik van Bronchorst, die zich samen met Mattheus van Schonenvelde genaamd van Gravestorp (bezitter van het Huis Mallem) en anderen borg stelt voor een schuld van Rotger van Diepenbrock.
Een bastaard die aanvankelijk minder goed terecht kwam, was de in 1495 genoemde Otto van Brunchorst, zoon van jonker Frederik, heer van Bronkhorst en Borculo. Hij was hofhorig aan de hof te Stadtlohn. Zijn vader ruilde hem in genoemd jaar voor Gert Marhulserbrake, die ongetwijfeld afkomstig was uit de buurschap Zwolle bij Groenlo.

 

Op 21 maart 1456 gaat hij uit dit leen ten behoeve van Zyffart van Zullenhart, man van de oudste dochter van zijn broer Ludolph. Kort nadien zal Mattheus zijn overleden ; evenals zijn ouders is hij hoogbejaard geworden.

Bij zijn overlijden moet hij circa 85 jaren oud zijn geweest.

 

Uit dit huwelijk : één zoon, Mattheus, volgt onder VIII.

 

Het Riddergoed Moyland kende verschillende bezitters : (9)

In 1332 Roelekan Hagdorn,

1339 Roland Hagdorn,

1365 Griete van Moyland,

1369 Wilhelm von Amstell, in 1379 zijn vrouw,

1414 Peter van Cuylenburgh,

1445 Mathias von Grassdorf alias Schonefeld,

1450 Gysbert von Züllergard, (von zullenhardt) trouwt Elisabeth van Schonevelt genaamd van Graesdorp

1466 Otto von Wylick,

1500 Diedrich von Wyschade,

1542 Diedrich von Brunckhorst en Anna von Batenburg,

1602 Jacob von Brunckhorst,

1633 Diedrich Graf von Brunckhorst,

1642 Johanna Catharina Elisabeth Fräulein von Brunckhorst, die trouwde met de Hertog Philipp von Croy. Deze verkocht het Goed aan de General-Lieutenant Feldmarschall Freiherrn von Spaen, die in 1695 het Goed verkocht aan de Kurfürsten von Brandenburg, die daarna de eerste Koning van Preussen zou worden.

 

Tot 1767 bleef het in bezit van de Koninklijke familie en werd als jachtslot gebruikt.

 

Op 29 December 1767 kocht de Herr Grand Bailif Adrian von Steengracht het Goed Moyland met der Bedingunng, dat na het uitsterven van de mannelijke naam, het genaamde Goed Moyland kostenloos terug aan de Staat ten goede viel. Dit recht is in het jaar 1835 uitgekocht geworden. Na het overlijden van de Grand Bailif Adrian von Steengracht ging het Goed Moyland naar Galenus Dignus von Steengracht. Na het overlijden van deze Galenus waren de volgende bezitters : Steengracht von Qosterland, Steengracht von Qostiapelle und Johann Nicolas Steengracht von Duivenvoorde, die in de herfst van 1866 overlijdt.Zijn oudste zoon Adrian von Steengracht is de huidige bezitter van het Goed.

Bron, Stanny Van Grasdorff, Bernt van Kraenenburch 1449 : " Onuitgegeven stukken betreffende het geding voor het Veemgericht tusschen Herbord Rezen en de stad Zutphen. 1449-1450 ".

 

De letterlijke tekst luidt :

Wy Matheus van Graesdorp, Henrick van Dyepenbroeck ende Derick van Keppel Henrickszoen, alle echte rechte vrye scepenen des heilligen Rycks, laten weeten v Henrike van Werdinckhuezen, vrygreven te Velgiste. Soe als gy hebben doen vorbieden van claege wegen Herbort Rezen; Gerryt Oelrix, Jacob Schymmelpennynck, Andries Kreynck, Johan Kreynck, Henrick Nyenhues, Henrick Koelsack, Gelys Iseren, Geryt Iseren, Albert Koernmarckt, Coert ten Hoene, Johan van Kerpen, Werner Tolner, Loeff Keye, Merten van Sassen, Herbort Kistenmaeker, Henrick Hegenynck, Euert Scholdeman ende Bernt van Kraenenburch nae inholt eens uwes verbaedebreiffs van v gesant, soe gelaeuen wy Matheus, Henrick ende Derick vorss. Avermits desen aepenen besegelden brieve, vrygeven vorss. (...)

 

Het Riddergoed en Heerlijkheid Tile Moyland lag tussen Cleve en Kalkar, en was volgens de eerste archieven in 1307 nog in bezit van de Graaf Otto von Cleve die hiermede Jacobus de Egeren beleende.

De Heerlijkheid Moyland en Tile ligt in een laag gebied van de ‘Niederrhein” en bestaat grotendeels uit vruchtbare weiden en akkerland met een grootte van ongeveer 6000 morgen.

 

Een heerlijke Burg, dat bekend werd in de vorige eeuw, door het verblijf in het kasteel door “Friedrich des Grossen” en dat daardoor aan historische waarde gewonnen heeft.Nog tot de 19de eeuw had Moyland zijn eigen jurisdictie en het patronaat der kerk van Tile (jus patronatus), welke door de Franse wetgeving was verder gezet.Het kasteel is in de laatste jaren naar een van Dombouwmeester Zwirner uit Keulen ontworpen plan gerenoveerd.

 

 

 

[1] Vom Bruch p. 193. cit. INSA I.IV.,Slot Burgsteinfurt G 10.

[2] Scholten, Urkundliches über Moyland und Till, in: Annalen Niederrheins, 50 (1890), p. 105).

[3] ABU inv. 372 deel I p. 16 ; Ter Kuile ,Regesten 2873 ; ZR 1286.

[4] Muller, Regesten 2348.

[5] ABU inv. 482 p. 36.

[6] Muller, Regesten 3466.

[7] ABU inv. 3p. 223vo.

[8] Almelo inv. 54 reg. 251.

(9) Alexander Duncker : Die ländlichen Wohnsitze und Schlösser

 

Zegel met het wapen van Matheus van Schonevelde geheten van Gravestorpe.

 

Familiewapen Van Grasdorff

Terug naar vorig blad

Wapen van de familie Van Grasdorff