H e t  o u d e  u s s e l e r m a r k e n b o e k  1604- 1760

 

 

Onder Margreta van Grastorff werd het oudst bekende Markenboek der Usseler Marke (in 1540 werden er al markezaken opgeschreven) aangelegd.

Dit is met tal van andere zaken dier Marke verloren gegaan, doordat de goedsheren van Brunink, niet aldaar, maar elders woonden en de niet direct noodige bescheiden op hun kasteel bewaarden.

 

Deze geschriften zijn dus helaas niet bewaard gebleven zodat de beschreven opeenvolgende lijst van markerichters niet compleet zijn weergegeven.

Register aller Usseler Marcken Saeken van Ao. 1540 bis tegenwordich 1694 und volgens in diese Doese geteekent oder waer seij anders zu finden sein.

 

A. Varia, als alte regsiters breiven von exmissen desz auszbleibens der Goedherren en alia. Kunntschaft von die Laecke boecken von Usselerer und Buersermarckt, item copia von kuntschaft desz twistes tusschen Ussele und Hoxbergen.

 

B. Item copia von einen gerichtlichen versegelden brieff von den gaerden achter Brunincks busch in den kamp int velt an Brunincks koeper von die buerren so verkopers. Item een concept ob derselbige nicht schuldich weren, sodanige grunde liggen zu lassen sei ohne censent desz Erbrichters und Guedherren geschien ist, vide plura in actis 1553, 55 en 1568.

 

C. Questie, Kuntschaft und provesionael verdragh der Usseler und Eschmarckte von torffstecken und plaggen maijen, vide ultery, Usselerer mit dei Eschmarckt, Buerse und Alstede laecket 1551, 52, 56, 61, 63, 67, 68, 69, 70, 71, 1576.

 

D. Ein Marckenboeck van 1540 Holtingh von Margrite von Grastorpff geholden und volgens 1550 Ambrosiy von Viermunde gemaeckt und ock Holtinghs als 1553 geholden.

 

Vermaen von die vergundliche schapdrift von den Vogelsanck od. hoff toe Bockelo.

Transscriptie Wegman & de Boer

 

 

Markegenootschappen of marken vinden we op de zandgronden van Oost-Nederland, in Drenthe, Overijssel en Gelderland. Dat heeft te maken met de bedrijfsvorm daar. De marken voerden het beheer over hun gemeenschappelijke wilde gronden die nodig waren voor de bemesting van de bouwlanden. Zij werden opgericht aan het einde van de dertiende eeuw, archiefstukken zijn er vanaf rond 1500

Markegenootschappen of marken zijn instellingen op het platteland en je vindt toch meestal je voorouders op het platteland.

 

Eeuwenlang werd het dagelijks leven op het platteland van Oost-Nederland beheerst door het markegenootschap, de vereniging van eigenaren van gerechtigde boerenerven, dat zijn de boerderijen met rechten op de gemeenschappelijke woeste gronden. Oorspronkelijk hield de markeorganisatie zich alleen met het beheer van die woeste gronden bezig, in de loop van de tijd ging zij ook zaken van de gehele dorpssamenleving behartigen, zoals onderhoud van de kerk, beheer van de school, brandweer en dergelijke.

 

De archieven van de marken kunnen ons veel informatie verschaffen over het doen en laten van onze voorouders op het Oost-Nederlandse platteland. Het belangrijkste archiefstuk van een marke is het markeboek, het notulenboek van de markevergaderingen. Niet van iedere marke is een markeboek overgebleven. Het boek werd in het algemeen bewaard bij de markerichter. Deze woonde, evenals de andere markegenoten, in een boerderij, een kwetsbare bewaarplaats voor een geschrift.

 

Ook zijn bij de opheffing van de marken in de 19de eeuw niet alle markeboeken aan het (rijks)archief overgedragen, hoewel dat volgens de wet wel moest. Gunstiger is de situatie wanneer de heer van een huis erfmarkerichter was; van dergelijke marken zijn meer archiefstukken bewaard, vaak in het rijksarchief, soms ook in het huisarchief. Kasteel Twickel bewaart een uitgebreid archief van een groot aantal marken.

 

Bron : dr. H.B. Demoed, Markearchieven

 

Terug naar vorig blad